Eene plantagie in uitmuntenden toestand
De Helmondse gebroeders Bots en hun plantages
DOI:
https://doi.org/10.71265/a5g1y412Samenvatting
Toen minister-president Rutte op 19 december 2022 excuses maakte voor het Nederlandse slavernijverleden, werd gesteld dat Noord-Brabant hierin niet betrokken was. De Randstad zou juist excuses moeten aanbieden voor de uitbuiting van de zuidelijke provincies. Zonder onderzoek kan dat niet zomaar gezegd worden. Brabanders waren wel degelijk betrokken bij het slavernijverleden. De broers Amandus Hubertus en Arnoldus Gerardus Bots, telgen uit een textielgeslacht, behoorden in de negentiende eeuw tot de elite van Helmond. Een neef van hen, Johannes Baptista Bots, was lid van de Tweede Kamer, waar hij opkwam voor Brabantse belangen. Hij bemiddelde bij de vestiging van de Rijks HBS in Helmond. Amandus en Arnoldus kochten in de jaren 1850 twee Surinaamse plantages: Killenstein en Esthersrust. De broers maakten naam door een pamflet waarin zij pleitten voor een billijke vergoeding voor de vrij te komen slaafgemaakten. Zij handelden onder meer via het handelshuis Van Lanschot, de vertegenwoordiger van de Nederlandsche Handels Maatschappij. Eind jaren 1870 vertrokken de broers Bots naar Esthersrust. Zij vermoedden dat er nogal wat aan de strijkstok bleef hangen bij de directeur die ze daar hadden aangesteld. Zij schreven regelmatig naar hun neven en nichten in Helmond. Arnoldus verhuisde binnen het jaar terug naar zijn vaderland, Amandus overleed enkele maanden later. Toen later de boedel van beide broers werd opgemaakt, bleek deze vrijwel leeg. De geschiedenis van de gebroeders Bots als plantage-eigenaren maakt duidelijk dat het onderzoek naar het Brabantse slavernijverleden verbreed en verdiept kan worden.
After Prime Minister Rutte apologised for the Dutch history of slavery on 19 December 2022, it was suggested that North Brabant was not involved in this. The Randstad should instead apologise for the exploitation of the southern provinces. Without research, this cannot be said with certainty. There is evidence that the people of Brabant were indeed involved in that history of slavery. The brothers Amandus Hubertus and Arnoldus Gerardus Bots, descendants of a textile family, belonged to the elite of Helmond in the nineteenth century. A cousin of theirs, Johannes Baptista Bots, was a member of the House of Representatives, where he represented the interests of Brabant. He was the driving force behind the establishment of the Rijks HBS in Helmond. In the mid-1850s, Amandus and Arnoldus bought two Surinamese plantations: Killenstein and Esthersrust. The brothers made a name for themselves by publishing a pamphlet in which they argued for fair compensation for the enslaved people who were to be freed. Negotiations were conducted through, among others, the Van Lanschot trading house, the representative of the Nederlandsche Handels Maatschappij (Dutch Trading Company). At the end of the 1870s, they left for Esthersrust. They suspected that the director they had appointed there was pocketing a considerable amount of money. Arnoldus moved back to his homeland within a year, and Amandus died a few months later. When the estates of both brothers were later settled, they were found to be virtually empty. The history of the plantation owners, the Bots brothers, shows that the history of slavery in Brabant can be broadened and deepened.
Downloads
Downloads
Gepubliceerd
Nummer
Sectie
Licentie
Copyright (c) 2026 Ger Jan Onrust

Dit werk wordt verdeeld onder een Naamsvermelding 4.0 Internationaal licentie.
