Vol 40 Nr 3-4 (2022)

Gepubliceerd: 2022-12-13

Redactioneel

  • Inleiding Themanummer: De publieke onderwijstaak van het hoger beroepsonderwijs

    Henriëtta Joosten, Joop Berding, Cees Terlouw
    1-18

    Een vrije en veerkrachtige samenleving ontstaat niet vanzelf en blijft niet vanzelf bestaan. In dit themanummer
    verkennen we de publieke onderwijstaak van het hoger beroepsonderwijs om studenten te onderwijzen de gemeenschappelijke wereld én het publieke gesprek over die wereld centraal te stellen. Met dit themanummer willen wij iets tegenover het vigerende marktdenken zetten. We laten ons hierbij inspireren door het gedachtegoed van Hannah Arendt (1906–1975). Ze heeft uitgebreid geschreven over ‘het publieke’. Ze verbindt de inzet van wetenschappelijke kennis en technologie met het politieke vraagstuk: willen we daadwerkelijk leven in de wereld die we aan het scheppen zijn? Arendts gedachtegoed biedt volop handvatten om op verschillende niveaus van het hoger beroepsonderwijs deze taak te doordenken en invulling te geven.

Onderzoeksartikel

  • Hoger Onderwijs als publieke voorziening

    Huib de Jong
    19-35

    Nederland is gezegend met een van de beste onderwijsstelsels ter wereld. Tegemoetkomen aan de roep om radicale vernieuwing is daarom onverstandig. In deze bijdrage wordt die stelling onderbouwd aan de hand van het werk van Hannah Arendt. In het bijzonder haar oproep om met het oog op de toekomst zich de verworvenheden uit het verleden goed te realiseren. In dit kader zijn twee vragen aan de orde: Hoe staat het hoger onderwijs er op dit moment voor, en wie is er aan zet als het gaat om aanpassing van het hoger onderwijs aan de veranderingen in de maatschappelijke omgeving? De eerste vraag leidt tot de conclusie dat er een discrepantie bestaat tussen de bedoelingen die aan het ontwerp van het onderwijsbestel ten grondslag liggen en de uitwerking ervan. Een belangrijke factor hierbij is de onvoorspelbaarheid van de politieke sturing en het onvermogen om daarbij vast te houden aan het concept ‘stelselverantwoordelijkheid’. De autonomie van instellingen komt hierdoor onvoldoende tot zijn recht, met ingrijpende negatieve gevolgen voor het onderwijsklimaat. Terugkijken naar de verworvenheden uit het verleden levert het antwoord op de tweede vraag op: Het is aan de instellingen om dit tij te keren.

  • Prediken of informatie delen: coachend naar ruimte voor bezinning in het Hoger Economisch Onderwijs

    Remko van der Pluijm
    36-51

    Vanwege de oproep aan het hoger economisch onderwijs om zich te verhouden tot maatschappelijke opgaven wordt er binnen het economisch hoger onderwijs gezocht naar alternatieve economische paradigma’s, welke waarde-geladen zijn. Ik betoog in dit stuk met behulp van speech act theory dat economisch onderwijs niet waardevrij gegeven kan worden. Wel erken ik met Arendt het belang voor studenten van een veilige leeromgeving, zodat studenten kunnen komen tot een eigen beeld van de positie van de economie in de samenleving. Dit heeft wel tot gevolg dat de docent de balans dient te vinden tussen zijn rol als prediker (het naar voren brengen van nieuwe sociale waarden waar de docent zelf ook niet waardevrij naar kijkt) en zijn rol als overbrenger van de nieuwste ontwikkelingen in het economisch landschap. Om dit mogelijk te maken vraagt dit van de docent zowel het overbrengen van een veelvoud van verschillende visies op de economie als het creëren van speelruimte voor bezinning, waarin hij de positie van coach inneemt.

  • Een appèl op het hbo tot kritische participatie

    Carien Verhoeff, Laurence Guérin
    52-67

    In de strategische agenda ‘Professionals voor morgen’ belooft het hbo niet alleen in het teken te staan van het beroep van vandaag, maar ook ‘klaar te stomen voor de maatschappij van morgen’ (Vereniging Hogescholen (vh), 2019). Hiermee verbindt de vh de hboopleidingen aan de brede maatschappelijke functie: voorbereiden op beroepsuitoefening in de school, de beroepscontext én de samenleving. In dit artikel verkennen de auteurs op welke manier het hbo voorbereidt op kritische beroepsuitoefening. De kern van deze beroepsvoorbereiding vinden we in kritische studentparticipatie in twee domeinen. Ten eerste in het domein van de onderwijsinstelling waar studenten invloed hebben op de onderwijskundige en organisatorische invulling van de opleiding op klas-, curriculum- en organisatieniveau. Ten tweede in het domein van het beroepenveld waar studenten tijdens stages invloed hebben op de inhoudelijke en organisatorische invulling van de beroepsuitoefening. Studenten kunnen participatie beoefenen en de waarde ervan ervaren. Deze kritische participatie van studenten is nog niet vanzelfsprekend. Gesteund door de inzichten van politiek-filosofe Hannah Arendt, roepen de auteurs op tot het versterken van kritische participatie van studenten in de school én in de beroepscontext en daarmee tot vergaande democratisering van het onderwijs. De kritische participatie in het hbo kan en moet versterkt worden door pluraliteit te omarmen, participatie op te vatten als een emancipatoire opgave voor iedereen en in het hbo met een sterk ‘doenerig’ karakter ruimte te maken voor dénken. Het managerial optreden moet op de schop, om ruimte te maken voor betekenisvolle menselijke ontmoetingen.

  • Beroepspedagogiek als maatschappelijke opdracht

    Loek Nieuwenhuis, Wietske Kuijer-Siebelink
    69-83

    Het beroepsonderwijs, zowel middelbaar als hoger, staat voor de taak om jongeren uit te rusten met beroepsvaardigheden, waarmee zij de onzekerheden van de toekomstige arbeidsmarkt te lijf kunnen. In dit artikel betogen wij, dat het klassieke lineaire model voor curriculumontwikkeling niet meer voldoet, om tenminste drie redenen: door de functionele inslag ontbreekt aandacht voor de vormende component; met de beroepenstructuur als uitvalsbasis, worden ambities en interesses van studenten uit het oog verloren; de arbeidsmarkt van (over)morgen wordt benaderd met kennis van (eer)gisteren.

    Aan de hand van onder meer John Dewey en Hannah Arendt zoeken wij naar meer adequate ontwerpregels voor toekomstgericht beroepsonderwijs. Drie debatlijnen leiden tot een voorstel voor integraal herontwerp, waarin meer ruimte is voor onzekerheid en betrokken handelen van studenten en professionals. Een proeve van dit voorstel menen wij gevonden te hebben in “open-eind” onderwijsvormen, die we zien ontstaan op diverse plekken in het mbo en ho. Aan de hand van één praktijkvoorbeeld, de labs en werkplaatsen bij de han, wordt de waarde van onze ontwerpregels ingeschat in het laatste deel van deze bijdrage.

  • WE_MIND: curriculumontwikkeling gericht op ethiek, innovatie en publieke dialoog

    Wiet Verkooijen, Henriëtta Joosten
    84-99

    In dit artikel delen wij onze ervaringen met het ontwikkelen van de onderwijsmodule: we_mind. Binnen de ontwikkelde we_mind module gaan minor- en masterstudenten aan de slag met een innovatievraagstuk uit de eigen beroepspraktijk. Hierbij gaan studenten met medeburgers een publieke dialoog aan over de gevolgen van deze innovatie voor de samenleving. De beschreven ervaringen in dit artikel zijn gebaseerd op een pilot met masterstudenten, een zelfevaluatie en de doorontwikkeling van het moduleontwerp. Met dit artikel nodigen we docenten, onderwijsontwikkelaars, bestuurders, opleidingsverantwoordelijken en beleidsmedewerkers uit om niet alleen maar te ‘werken, werken, werken’. Door onze ervaringen te delen en de lezer mee te nemen in het gedachtegoed van Hannah Arendt hopen we hen te inspireren om met elkaar het gesprek aan te gaan over de volgende vragen: Wat maakt een goede publieke professional? Wat is er nodig om deze op te leiden en hoe uit zich dat in onze opleidingen?

  • Hannah Arendt in het HBO: Een filosofische discussiebijdrage

    Henk Procee
    100-111

    MSc Wiet Verkooijen werkzDe auteurs in dit themanummer willen met het hoger (beroeps)onderwijs iets meer dan marktconforme Ausbildung. Ze doen daarvoor een beroep op het denken en het vocabulaire van Hannah Arendt. Vanuit een filosofische invalshoek becommentarieer ik de diverse artikelen. Allereerst ga ik in op de diepgaande invloed van Kant op het denken van Hannah Arendt. Het pluralisme en de daarmee verbonden sensus communis staat daarbij centraal. Vervolgens laat ik zien waarom Hannah Arendt inspireert, maar ook begripsmatige problemen genereert, in het bijzonder door haar idiosyncratische gebruik van de taal. Vervolgens onderzoek ik de diverse artikelen op de eigen stellingname en het gebruik van het werk van Arendt. Als uitgangspunt voor mijn analyses interpreteer ik de categorieën van Arendt (arbeid, werken, handelen, sensus communis) niet als domeinen maar als reflectie-instrumenten. De onderwerpen betreffen: beroepstrots, de professional als verbinder, nataliteit, voorwaarden voor het speelveld hbo, en het vermogen van en voor gemeenschappelijkheid (sensus communis). In de conclusie accepteer ik de inspiratie die van Hannah Arendt uitgaat, tegelijk ben ik terughoudend over de invoering van haar denken in het hbo.